De voordelen!

Volg ons op Facebook

Wagenziekte bij de hond

De allereerste rit in een auto die een pup meemaakt, is meestal de rit van de fokker naar huis.

Dit kan dan vergezeld gaan met misselijkheid en braken. De combinatie van angst en de bewegingen van de auto spelen hierbij een grote rol. Bij de meeste pups blijft dit bij die ene keer, maar voor sommigen is dit het begin van nog meer autoproblemen. Een aantal honden blijft bij elke rit met de auto last houden van misselijkheid en braken. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze tijdens een autorit ook plassen of poepen. In dit laatste geval hebben we te maken met honden die buitengewoon angstig zijn voor auto’s en het rijden daarin. Gelukkig komt deze vorm maar zelden voor.

Oorzaken:

Het evenwichtsorgaan van de hond raakt in de war door de bewegingen en trillingen van de rijdende auto, vergelijkbaar met zeeziekte bij mensen.
Opwinding, stress en angst.

Beide factoren hebben samen of apart zoveel invloed op de hond dat deze gaat braken. Uiteindelijk kan dit ook een gewoonte worden, waarna de honden zelfs in een stilstaande auto, of in de buurt van een auto, angstig kunnen worden en gaan braken.

De eerste rit met een pup

Geef de pup het liefst 5 uur voor de autorit geen eten.

Zorg ervoor dat je met z’n tweeën bent, zodat 1 persoon zich kan bezighouden met de pup.

Zet de pup op de grond, bij voorkeur tussen of naast de voeten, zodat deze in ieder geval niet verward wordt door het voorbijschietende landschap.

Houdt de handen rustig op het schouderblad van de pup.

Wanneer de pup tijdens deze eerste rit toch nog braakt, maak dan de volgende autorit wat korter met een zeer positief eindpunt, bijvoorbeeld een wandelingtje of doe wat zoekwerk.

Blijft de pup dan nog steeds ernstig onder de indruk, dan is het van groot belang om het langzamer op te bouwen.

Autotraining

De hond zal eerst vertrouwd moeten raken met het feit dat de auto op zich niet eng is.

Parkeer je auto bijvoorbeeld vlak bij het huis en ga rondom de auto met je hond spelen. Geef hem zijn eten vlakbij de geparkeerde auto.

Als dit goed gaat, kun je dit nogmaals doen, maar nu met een stationair lopende auto.

Gaat dit ook naar wens dan kan er gespeeld en gegeten worden in de auto, eerst weer zonder en later met draaiende motor.

Pas als dit zonder problemen verloopt, kan het eerste ritje gemaakt worden. Let hierbij op dat de hond ongeveer 6 uur voor vertrek geen eten krijgt. Laat een ander rijden, zodat je zelf de hond kunt afleiden met allerlei spelletjes. Maak de eerste rit niet langer dan een paar honderd meter. De afstand moet zodanig zijn dat de hond net niet gestresst raakt.

Bij terugkomst moet er een beloning wachten, een zeer speciaal spelletje of een erg lekker tussendoortje.

Langzamerhand kunnen daarna de afstand en de snelheid vergroot worden, er altijd voor zorgend dat de hond net niet angstig en daarmee misselijk wordt. Dit laatste is erg belangrijk, zou er namelijk onverwacht toch weer iets onaangenaams gebeuren, dan moet weer worden teruggegaan naar het punt waar het nog net goed ging.

Andere oplossingen

Bij de dierenarts zijn er antiwagenziektetabletten te verkrijgen, die misselijkheid en/ of braken helpen te voorkomen. Deze moeten meestal een half uur voor de autorit ingenomen worden.

Homeopathie en Bachbloesems die gekozen zijn op karakter van de hond hebben veelal een zeer positief effect.

Desondanks zal er toch getraind moeten worden volgens de hierboven beschreven manieren.

Ook is het mogelijk dat een hond alleen in een bepaalde auto misselijk wordt. Zo was er een hond die altijd braakte in de auto van de eigenaar en nooit in de auto van de buren. Na geruime tijd bleek de oorzaak te liggen in het feit dat de auto van de eigenaar een bepaalde trilling teweegbracht, die werd veroorzaakt door een mankement aan de wielophanging van de auto. Nadat dit euvel verholpen was, hield ook het braken van de hond op.

Ellen Huis in ‘t Veld

Kynologisch Gedragstherapeut

www.hondenschoolalfa.nl

© tekst hondenschool Alfa